Onderzoek naar Joods vastgoed afgerond

Onderzoek naar Joods vastgoed afgerond

27 januari 2022

De gemeente heeft geen actieve of bijzondere rol gespeeld bij de verkoop van Joodse panden in de Tweede Wereldoorlog. Dit blijkt uit het onderzoek dat de heren Ottens en Schütz hebben uitgevoerd op verzoek van de gemeente.

Wel heeft de gemeente twee panden zelf gekocht tijdens de oorlog. Tijdens het rechtsherstel na de oorlog werd vooral naar de juridische kant gekeken, maar de menselijke kant daarbij ontbrak. Dit is een belangrijke constatering van de onderzoekers.

Motie in de raad

De gemeenteraad heeft in november 2020 een motie van de Fractie Tonnaer aangenomen. Daarmee vraagt de raad om onderzoek te laten doen naar de roof van Joods vastgoed. En dan vooral naar de rol van de gemeente bij het proces van doorverkoop aan niet-Joden. En naar hoe het rechtsherstel is verlopen. De heren Egbert Ottens en Raymond Schutz hebben het onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste informatiebronnen voor hun onderzoek zijn de archiefstukken uit het Westfries Archief en het Nationaal Archief.

Leren van het verleden

Burgemeester Jan Nieuwenburg: ‘Wat er in Hoorn en Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, is gruwelijk. De onderzoekers vertellen verschillende schrijnende verhalen in hun onderzoek. Over mensen die bestolen zijn van hun woning en moesten vechten om deze terug te krijgen. Van deze verhalen en de conclusies kunnen we nog steeds leren. De onderzoekers noemen het rapport heel treffend “Blind voor de eigen tekortkomingen”. Ook vandaag de dag mogen we dat niet zijn als overheid, als maatschappij en als mens. Ik ben dankbaar voor het werk dat de onderzoekers hebben verricht.’

50 panden doorverkocht in Hoorn

Bij het uitbreken van de oorlog telde Hoorn officieel 45 Joodse inwoners. Bij de volkstelling in 1947 waren dit er nog maar 13. Tijdens de bezetting werden de panden van Joodse eigenaren afgenomen en doorverkocht. De Duitse bezetter hield dit bij in een ‘Verkaufsbücher’. Hierin staat dat er in Hoorn 50 panden zijn doorverkocht van het totaal van 82 panden van 11 Joodse eigenaren. Het Joods vastgoed bevond zich grotendeels in het oude stadscentrum. Het varieerde van statige panden tot winkels. En van bedrijfspanden tot woonhuizen in een wisselende staat van onderhoud.

Geen actieve rol in het verkoopproces

De doorverkoop van panden was een zaak tussen makelaar, koper en notaris. Uit de beschikbare documenten blijkt niet dat gemeente in het verkoopproces een actieve rol had. Wel kreeg de gemeente van notarissen verzoeken om informatie aan te leveren over de panden. De gemeente leverde informatie over de gemeentelijke lasten, belastingen en eventuele betalingsachterstanden.

De gemeente Hoorn heeft geen navorderingen opgelegd aan Joodse eigenaren van niet-betaalde erfpacht, straatbelasting of wisseltonnenstelsel. Wel vonden de onderzoekers navorderingen van enkele nalatige oorlogskopers van Joodse panden. Maar die panden stonden toen al niet meer op naam van de Joodse eigenaren.

Aankoop van Slapershaven 2 en 3

De gemeente heeft zelf twee onteigende panden aangekocht: Slapershaven 2 en 3 van de weduwe Polak-Levie. De bouwkundige staat van deze ‘Bossupanden’ was erg slecht. Er werd gevreesd voor de sloop van deze monumentale panden. Het daadwerkelijke herstelwerk liet nog tot ver na de oorlog op zich wachten. Volgens de gemeente van toen handelde zij met goede bedoelingen, om deze panden te behouden. Maar een notaris oordeelde dat de gemeente van een foute regeling onder een fout regime gebruik had gemaakt. ‘Het beroep op het publiek belang voor het behoud van de panden, getuigt van blindheid voor de eigen tekortkomingen’, vatte de notaris de opstelling van de gemeente samen. In 1953 volgde rechtsherstel en gingen de panden terug naar de erfgenamen van weduwe Marianna Polak-Levie.

Rechtsherstel in Hoorn

Het rechtsherstel in Hoorn is niet anders, sneller of trager verlopen dan in de rest van Nederland, concluderen de onderzoekers. De rechtsherstelprocedures waren vaak erg ingewikkeld waarbij partijen soms lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. De oorspronkelijke Joodse eigenaren, of hun erfgenamen, moesten het rechtsherstel zelf aankaarten. Degenen die het pand direct of kort daarna met winst verkochten, bleven tijdens het rechtsherstel buiten schot. De eigenaar die het pand bij de bevrijding in eigendom had, kreeg het verzoek tot rechtsherstel. In alle gevallen is het recht in Hoorn hersteld, maar alleen in juridisch en zakelijk opzicht. De onderzoekers bespreken verschillende voorbeelden in hun rapport. Ze concluderen dat er ‘een gevoel blijft van morele tekortkoming bij de oorlogskopers [..] en dat het rechtsherstel onnodig lang heeft geduurd’.

Aanbevelingen van de onderzoekers

Leer van het verleden en gebruik de voorbeelden voor integriteitstrainingen, adviseren de onderzoekers. Blijf aandacht schenken aan projecten over oorlog en vrede en 4 en 5 mei. En stimuleer ook dat het onderwijs hier actief mee bezig is. Dit zijn enkele aanbevelingen van de onderzoekers. Het college bekijkt hoe de gemeente met de aanbevelingen aan de slag gaat.

 

Het volledige rapport kunt u hier lezen.

Bron: www.hoorn.nl