In Blokker staat een herdenkingsmonument te nagedachtenis van  drie dappere mannen.

De 39-jarige Nico Koppes uit Berkhout is tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de knokploeg (KP) van Hoorn en omgeving. In de nacht van 31 mei op 1 juni 1944 neemt hij voor het eerst deel aan een actie van het verzet in Hem. Op de terugweg komen ze in Westerblokker echter ter hoogte van de oude veiling drie Landwachters tegen en er volgt een schietpartij met als gevolg een dodelijk getroffen Nico Koppes.

Voor de familie Wagenaar in Blokker lopen de oorlogsjaren ook dramatisch af. De 65-jarige Jacobus Wagenaar wordt overgehaald om Joodse onderduikers op te nemen. Lang gaat dit goed, maar in 1944 wordt Jacobus verraden. Ondanks huiszoekingen en verhoor worden er geen onderduikers gevonden, maar uit wraak wordt vader Wagenaar meegenomen. Via kamp Vught wordt overgebracht naar Buchenwald waar hij overlijdt. Zijn lichaam eindigt in een massagraf.

Nico Kolenberg wordt op 6 mei 1945, nota bene de dag na de bevrijding, op het Unjerpad in Westerblokker doodgeschoten. Hij is lid van het verzet en de Binnenlandse Strijdkrachten. Samen met Herman Botman vormt hij één van de bewakingsposten die in een wijde boog rond de woning van de Blokkerse burgemeester Cornelis Koeman zijn uitgezet. De BS houdt er namelijk rekening mee dat vooraanstaande NSB’ers, mogelijk zelfs leider Anton Mussert, zich in het pand bevinden.

De tekst op het oorlogsmonument luidt:

DEN VADERLANT
GHETROUWE

  1. KOLENBERG – 6 MEI ’45
    N. KOPPES – 1 JUNI ’44
    J. WAGENAAR – 20 MRT ’45