In de Rijks HBS, nu OSG Westfriesland, hangt een plaquette.

De tekst op de plaquette luidt:
‘TER NAGEDACHTENIS AAN
J.D. POLL
DIRECTEUR DER R.H.B.S. VAN 1934-1945
EN AAN ALLE LERAREN EN LEERLINGEN
DIE IN DE JAREN 1940-1945 HUN LEVEN
VOOR HET VADERLAND HEBBEN GEGEVEN.’

Jacobus Daniel (Koos) Poll wordt in 1934 directeur op de Rijks HBS, het huidige OSG Westfriesland, waar hij ‘baas J.D. Poll’ genoemd wordt. In Hoorn wordt hij zeer gewaardeerd door zijn betrokkenheid bij school, leerlingen en de stad. Als in 1942 zijn schoolgebouw wordt gevorderd, moet Poll onderdak regelen voor zo’n 250 leerlingen. De leerlingen krijgen dan les op verschillende plekken in Hoorn.

Koos Poll is ook actief in het verzet, zowel in de regionaal als landelijk. Hij sluit zich in Hoorn aan bij de verzetsgroep rondom Dirk Bakker, oftewel ‘Oom Barend’.  Wanneer de jacht op joden begint en Nederlandse mannen naar Duitsland worden gestuurd om te werken, zoekt de verzetsgroep schuilplaatsen, waarschuwt men mensen wiens leven gevaar loopt en verricht men koeriersdiensten. Landelijk is hij actief in de Dienst WIM, een verzetsgroep die politieke, economische en militaire inlichtingen verzamelt om naar Engeland te sturen.  Ook brengen ze vluchtelingen in veiligheid, voornamelijk piloten. De Dienst WIM wordt op 20 juli 1943 verraden door Anton van der Waals, een Nederlandse spion voor de SD. Er worden 49 man opgepakt maar J.D. Poll blijft op vrije voeten en actief. Zo probeert hij onderduikadressen te regelen voor de oudere  leerlingen die vanaf 1943 opgeroepen worden voor tewerkstelling in Duitsland. Op 20 juni 1944 reikt hij nog de diploma’s uit en betuigt in een toespraak zijn medeleven met de leerlingen. De dag erna wordt hij thuis opgepakt.

Een brief, tussen twee Hoornse families is hem fataal geworden. In die brief, over ondergedoken joden,  wordt zijn naam genoemd. Hij wordt overgebracht naar het concentratiekamp Sachsenhausen en later naar kamp Buchenwald. Vandaar moet hij op 9 april 1945 lopend naar kamp Dachau. Metgezellen vertellen later dat hij aan het begin van de tocht nog hoopvol gestemd is, maar ook aan het einde van zijn krachten is. Na ongeveer 180 km lopen wordt Koos Poll op 22 april vermist. Een dag later wordt de groep bevrijd door de Amerikanen. Een graf is niet gevonden. Na de oorlog is er nog lange tijd onzekerheid over zijn lot. In de notulenboeken van de lerarenvergaderingen blijft hij nog lang na de bevrijding als ‘absent’ staan.